Da Costa/Ter Bruiloftsfeest


TER BRUILOTSFEEST
VAN
G. E. BARON VAN ASBECK
EN
JONKVROUWE CAROLIEN VAN HOGENDORP.


In den naam des Gods van liefde, die by d’ aanvang heeft verklaard
aan ’t boetseersel dat Hy vormde tot Zijn evenbeeld op aard:
„hooger heil dan heel dit Eden u ten erfdeel toegezegd,
nog een leven in het leven werd van My u weggelegd.
Uit de hand van uw Formeerder, uit uw eigen vleesch en been
zij eene egade u geschonken met u zalig, met u één."

In den naam des grooten Konings, die aan Canaas bruiloftsdisch
in de wondren zijner Godheid ’t allereerst verheerlijkt is:
die uit water wijn gebiedend voor zich-zelf den beker kiest,
in wiens diepten zich de diepte onzer zondeschuld verliest.
In den naam diens grooten Konings, Bruîgom-zelve van die kerk,
Zijner oogen lust en glorie, Zijnes Geestes schoonste werk!

In den naam des Heilgen Geestes, aan de leden van dat Hoofd
tot een Raadsman, tot een Leidsman, onveranderlijk beloofd
èn langs frissche waterbeken, waar de palm en ceder tiert,
èn door ’t dal de moerbeîboomen, of wen storm en noodweêr giert,
naar een onverganklijk leven, waar geen vijand meer belaagt,
en de levensboom van Eden louter levensvruchten draagt.

In dien naam van driemaal heilig, driemaal heilig, driemaal goed,
zij de dag, het feest, de feestdisch door ons jubelend begroet!
Zij de beker dien wy heffen, dierbaar Echtpaar! u ter eer,
tot een dankgebed geheiligd voor uw heillot van den Heer!
Ja! de Bondgod van uw vaadren, uw Verbondsgod in den doop
wil de God zijn van uw echtknoop, van uw hart, uw sterkte, uw hoop.

God in leven, God in sterven, onder ’t loflied, onder ’t kruis!
„’k Wil hem dienen (zegt de Bruîgom), met mijn gade, met mijn huis!" -
„Noordwijks rozen mogen blozen of verbleken en vergaan
„’k blijf mijn egade in die keuze, (zegt de Bruid), ter zijde staan!" -
Moederds, broeders, zusters, vrienden juichen weemoedvol te moê,
edel Bruidspaar! die gelofte met hun Amen! zeegnend toe
1854!