Grondwet van Suriname/Hoofdstuk 10

[ 15 ]

HOOFDSTUK X
DE NATIONALE ASSEMBLEE

EERSTE AFDELING
DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE ASSEMBLEE

Artikel 55

1. De Nationale Assemblée vertegenwoordigt het volk van de Republiek Suriname en brengt de souvereine wil van de natie tot uitdrukking.

2. De Nationale Assemblée is het hoogste orgaan van de Staat.

TWEEDE AFDELING
VERKIEZING VAN DE LEDEN VAN DE NATIONALE ASSEMBLEE

Artikel 56 [1]

1. De leden van De Nationale Assemblée worden gekozen voor een zittingsperiode van vijf jaren.

2. Deze zittingsperiode van vijf jaren mag slechts bij wet worden verlengd, in geval van oorlog of andere buitengewone omstandigheden, die het houden van een verkiezing [ 16 ]verhinderen.

Artikel 57

1. De leden van De Nationale Assemblée worden rechtstreeks gekozen door de ingezetenen die de Surinaamse nationaliteit bezitten en de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt.

2. Iedere kiezer brengt slechts één stem uit.

Artikel 58

Van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten:

a. zij, die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak het kiesrecht missen;

b. zij, die rechtens van hun vrijheid zijn beroofd;

c. zij, die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens krankzinnigheid of zwakheid van vermogens de beschikking of het beheer over hun goederen hebben verloren.

Artikel 59

Verkiesbaar zijn de ingezetenen die de Surinaamse nationaliteit bezitten, de leeftijd van eenentwintig jaren hebben bereikt en niet op de in het vorige artikel onder a en c genoemde gronden van de uitoefening van het kiesrecht zijn uitgesloten.

Artikel 60

Alles wat verder het kiesrecht betreft, de instelling van een onafhankelijk kiesbureau en zijn bevoegdheden, de indeling van Suriname in kiesdistricten, de verdeling van de zetels van De Nationale Assemblée per kiesdistrict en de methoden, volgens welke de regeling van de zeteltoewijzing plaatsvindt, worden geregeld bij wet. Deze wet dient met 2/3 meerderheid te worden aangenomen.

DERDE AFDELING
LIDMAATSCHAP VAN DE NATIONALE ASSEMBLEE

Artikel 61

1. De Nationale Assemblée bestaat uit 51 leden die per district op grond van algemene, vrije en geheime verkiezingen krachtens het stelsel van evenredige vertegenwoordiging bij grootste gemiddelde en voorkeursstemmen worden gekozen.

2. Personen, die zich in een district kandidaat hebben gesteld ter verkiezing tot afgevaardigde naar De Nationale Assemblée moeten in het desbetreffende district wonen en hun hoofd- of, werkelijk verblijf aldaar hebben en wel gedurende twee jaren voorafgaand aan de verkiezingen.

Artikel 62

De wet bepaalt voor welke ambten het lidmaatschap van De Nationale Assemblée non-activiteit tot gevolg heeft. [ 17 ]

Artikel 63 [2]

Vervallen.

Artikel 64

De zittingsperiode van De Nationale Assemblée en die van de andere representatieve organen op plaatselijk en districtsniveau vallen zoveel mogelijk samen.

Artikel 65 [3]

Bij het aanvaarden van hun ambt leggen de leden de volgende eed of verklaring en belofte af:

"Ik zweer (verklaar), dat ik, middelijk noch onmiddellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, in verband met mijn verkiezing tot lid van De Nationale Assemblée aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.

Ik zweer (beloof) dat ik, om iets hoegenaamd in dit ambt te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige belofte of geschenken zal aannemen, middellijk of onmiddellijk.

Ik zweer (beloof), dat ik het ambt van Assembléelid nauwgezet zal vervullen.

Ik zweer (beloof) dat ik het welzijn van Suriname naar mijn beste vermogen zal bevorderen.

Ik zweer (beloof) gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan alle andere wettelijke regelingen.

Ik zweer (beloof) trouw aan de Republiek Suriname.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik").

Artikel 66 [4]

Uiterlijk binnen dertig dagen nadat de leden van De Nationale Assemblée zijn gekozen, komt dit orgaan in vergadering bijeen onder voorzitterschap van het oudste lid in jaren, en bij verhindering of ontstentenis door telkens het op één na oudste lid. In deze vergadering onderzoekt De Nationale Assemblée de geloofsbrieven van haar nieuwe leden en beslist over de geschillen, welke aangaande die geloofsbrieven of de verkiezing zelf opkomen, een en ander volgens regelen door de wet te stellen.

Indien er meerdere leden zijn, die in aanmerking zouden kunnen komen voor aanwijzing als oudste lid, beslist het lot wie van hen als de fungerende voorzitter optreedt.

Artikel 67 [5]

1. Het in het voorgaande artikel genoemde oudste lid legt, voorafgaande aan deze vergadering, in handen van de President, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af, waarna hij de overige vijftig leden beëdigt. Hierna gaat de vergadering over tot het kiezen van een voorzitter en een vice-voorzitter van De Nationale Assemblée, die onmiddellijk hun functies aanvaarden.

2. De voorzitter legt ten overstaan van De Nationale Assemblée, in handen van de fungerend voorzitter, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af.

3. Indien de fungerend voorzitter tot voorzitter wordt gekozen, legt hij ten overstaan van De [ 18 ]Nationale Assemblée de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af in handen van de vice-voorzitter.

VIERDE AFDELING
BEEINDIGING VAN HET LIDMAATSCHAP VAN DE NATIONALE ASSEMBLEE

Artikel 68 [6]

1. Het lidmaatschap van De Nationale Assemblée eindigt door:

a. overlijden;

b. ontslag op eigen verzoek;

c. terugroeping van het lid op de wijze bij wet te bepalen;

d. het ontstaan van omstandigheden, die de verkiesbaarheid uitsluiten;

e. benoeming tot minister of onderminister;

f. afwezigheid gedurende een aaneengesloten periode van vijf maanden;

g. veroordeling wegens misdrijf bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak tot een vrijheidsstraf van tenminste vijf maanden.

2. Het lidmaatschap van De Nationale Assemblée is onverenigbaar met het ministerschap en het onderministerschap, met dien verstande dat bij verkiezing van een minister of onderminister tot lid van De Nationale Assemblée, ten hoogste drie maanden na zijn toelating tot De Nationale Assemblée het ambt van minister of onderminister met het lidmaatschap van De Nationale Assemblée kan worden verenigd.

3. Nadere regelen omtrent het verlies van het lidmaatschap van De Nationale Assemblée kunnen bij wet worden vastgesteld.

  1. Gew. bij S.B. 1992 no.38.
  2. Vervallen bij S.B. 1992 no.38.
  3. Gew. bij S.B. 1992 no.38.
  4. Gew. bij S.B. 1992 no.38.
  5. Gew. bij S.B. 1992 no.38.
  6. Gew. bij S.B. 1992 no.38.