De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 2


PD-icoontje   Publiek Domein
Deze bron (De hut van Oom Tom/Hoofdstuk 2) is (gedeeltelijk) afkomstig van Project Gutenberg.

Bronnen afkomstig van Project Gutenberg zijn in het publiek domein.

Dit is een verkorte uitgave van het beroemde boek van Harriet Beecher Stowe. De bewerker is niet bekend.

Inleiding

Oom Tom en kleine Harry worden verkocht - Eliza loopt weg met kleine Harry - De volgende morgen - De achtervolging - Eliza vindt een schuilplaats - Oom Tom neemt afscheid - Jongeheer George en Oom Tom - Eva - Eliza bij de Quakers - Oom Toms nieuwe huis - De brief van Oom Tom - Tante Chloe gaat naar Louisville - George vecht voor zijn vrijheid - Tante Dinah - Topsy - Eva en Topsy - Eva's laatste afscheid - Oom Toms nieuwe meester - Vrijheid voor George en Eliza - Vrijheid voor Oom Tom - Terug in Kentucky


HOOFDSTUK 2

Eliza loopt weg met kleine Harry

Meneer Shelby was erg ongelukkig om wat hij had gedaan. Hij wist dat zijn vrouw ook heel ongelukkig zou zijn en hij wist niet hoe hij het haar kon vertellen. Maar hij moest het wel vertellen, voor ze naar bed ging.

Mevrouw Shelby kon het nauwelijks geloven. "O, dat meen je niet," zei ze. "Je kunt onze brave Tom en de lieve kleine Harry niet verkopen. Alles liever dan dat. Het is heel erg slecht om te doen."

"Ik kon niet anders," zei Meneer Shelby. "We hebben al alles verkocht wat we kunnen missen en Haley heeft zijn zinnen op Tom en Harry gezet. Hij wil niet iets anders hebben."

Mevrouw Shelby had daar erg verdriet om, maar uiteindelijk huilde ze zich in slaap.

Maar wat Meneer en Mevrouw Shelby niet wisten, was dat iemand het gesprek had afgeluisterd.

Eliza zat in de kamer ernaast. De deur was niet helemaal dicht en daardoor hoorde ze wat er gezegd werd. Ze luisterde en verbleekte. Ze werd koud van schrik.

Eliza had drie lieve, kleine kinderen gehad, maar twee waren al heel vroeg gestorven. Ze hield daarom nog meer van Harry, omdat ze de andere twee verloren had. Nu zou Harry van haar af worden genomen en misschien aan wrede mannen verkocht worden en ze zou hem nooit meer terugzien. Ze wist dat ze dat niet kon verdragen.

Eliza's man heette George. Hij was ook een slaaf, niet van Meneer Shelby, maar van een andere man, die een boerderij in de buurt had. George en Eliza konden daarom niet als man en vrouw bij elkaar wonen. Ze zagen elkaar zelfs niet vaak. De meester van George was een wrede man. Hij kon niet verdragen dat George slimmer was dan hij en hij liet George vaak slaan. Hij vond niet vaak goed vond dat George bij zijn vrouw op bezoek ging. De arme man overwoog daarom om daar weg te lopen. Hij had dat net die dag aan Eliza verteld wat hij van plan was.

Toen Meneer en Mevrouw Shelby uitgepraat waren, ging Eliza naar haar eigen kamer, waar de kleine Harry sliep. Daar lag hij met zijn lieve krullen om zijn gezicht. Zijn mondje was half open, zijn handjes lagen op de dekens en er was een zonnige lach op zijn gezichtje.

"Mijn kindje, mijn lieveling," zei Eliza, "ze hebben je verkocht. Maar je moeder zal je redden."

Ze huilde niet. Daarvoor had ze te veel verdriet. Ze pakte een papiertje en een potlood en schreef snel.

"O Mevrouw, lieve Mevrouw. Denk niet dat ik ondankbaar ben, wees niet boos op me. Ik heb gehoord wat Meneer vanavond tegen u zei. Ik ga mijn jongetje redden. U zult dat vast wel begrijpen en het me niet kwalijk nemen. Ik wens u Gods zegen en dank u voor al uw vriendelijkheid!"

Ze pakte wat kleertjes van Harry bij elkaar, zette haar hoed op, deed een jas aan en maakte Harry wakker.

De arme Harry schrok omdat hij midden in de nacht wakker werd gemaakt, en hij schrok nog meer toen hij zag dat zijn moeder klaar was om op reis te gaan.

"Wat is er aan de hand, moeder?" zei hij. Hij begon te huilen.

"Stil," zei ze. "Je moet niet huilen of hardop praten, anders horen ze ons. Er is een slechte man gekomen om je van je moeder weg te halen en je in het donker ver weg te brengen. Dat zal ik niet goed vinden. Ik doe je je jas aan en een muts op en dan rennen we weg zodat die lelijkerd je niet kan pakken."

Harry stopte meteen met huilen en was stil als een muisje, terwijl zijn moeder hem aankleedde. Toen hij klaar was, tilde ze hem op en sloop ze zachtjes het huis uit.

Het was een mooie, heldere nacht met veel sterren, maar het was erg koud, want het was winter. Eliza rende snel naar de hut van Oom Tom en tikte op het raam.

Tante Chloe sliep nog niet, dus ze sprong overeind en deed de deur open. Ze was erg verbaasd toen ze Eliza zag met Harry in haar armen. Oom Tom kwam ook naar de deur en was ook verbaasd.

"Ik ga ervandoor, Oom Tom en Tante Chloe. Ik breng mijn kind weg," zei Eliza. "Meester heeft hem verkocht."

"Verkocht!" herhaalden ze allebei en hun handen gingen vertwijfeld omhoog.

"Ja, verkocht," zei Eliza. "Ik hoorde dat Meester dat tegen Mevrouw zei. En jij, Oom Tom, bent ook verkocht. De man komt morgen om je op te halen."

Eerst kon Tom nauwelijks geloven wat hij hoorde. Toen viel hij op een stoel en begroef zijn gezicht in zijn handen.

"Lieve Heer, heb genade met ons!" zei Tante Chloe. "Wat heeft Tom misdreven dat Meester hem zou willen verkopen?"

"Hij heeft niets misdreven, daar gaat het niet om. Meester wil niet verkopen maar hij is die man geld schuldig. Als hij niet verkoopt worden het huis en alle slaven verkocht. Meester zei dat hij het ook heel erg vond. Maar Mevrouw praatte als een engel. Het is slecht van mij dat ik wegga, maar daar is niets aan te doen. Het moet zo goed zijn, maar als het niet goed is zal de lieve Heer me vergeven, want ik kan niet anders."

"Tom," zei Tante Chloe, "waarom ga je ook niet weg? Het kan nog."

Tom lichtte zijn hoofd langzaam op en keek haar verdrietig aan.

"Nee, nee," zei hij. "Laat Eliza gaan. Het is goed dat ze probeert haar jongen te redden. Meester kan altijd op mij vertrouwen en ik kan hem niet in de steek laten. Het is beter dat ik alleen ga dan dat alles verkocht wordt. Het is niet de schuld van Meester, Chloe. Hij zorgt wel voor jou en voor de arme..."

Tom hield op met praten. De grote man barstte in tranen uit bij de gedachte dat hij zijn vrouw en zijn lieve kleine kinderen moest verlaten, dat hij ze misschien nooit meer zou zien.

"Tante Chloe," zei Eliza na een minuut of twee, "Ik moet gaan. Mijn man was er vandaag nog. Hij zei dat hij ook wil vluchten, omdat zijn meester zo wreed voor hem is. Probeer hem een bericht van mij te sturen. Zeg hem dat ik gevlucht ben om mijn kindje te redden. Zeg hem dat hij me moet volgen als dat kan. Vaarwel, vaarwel. God zegene jullie!"

Eliza ging weer de donkere nacht in met haar jongetje in haar armen. Tante Chloe deed de deur zachtjes achter haar dicht.